| De vier vragen |
The Four-way TestRotarische acties moeten altijd een tastbare bijdrage leveren om het lot van de medemens te verbeteren. Daarom moeten Rotariërs vooraf vier specifieke vragen beantwoorden over de zin van een geplande actie:
Dat is geen overdreven luxe in de postmodernistische verzorgingsstaat. Staten treden wel meer en meer regulerend op en zetten veel complexe structuren in de steigers, maar helaas slagen ze er niet in de mensen gelijke kansen te bieden op welvaart. Integendeel, de kloof tussen rijk en arm lijkt alsmaar groter te worden, hoewel de potentiële rijkdom wereldwijd nog nooit zo groot is geweest.
In dat complexe gebeuren tracht Rotary met gerichte acties lacunes aan te vullen. Materieel lijkt het vaak maar een druppel op de hete plaat, maar moreel steekt een gebaar van medeleven de mensen soms een hart onder de riem. Heel af en toe ligt een actie van Rotary zelfs aan de basis van een wereldgebeuren, zoals de uitroeiing van de verwoestende kinderziekte, poliomyelitis.
Rotariërs, die daartoe hun bescheiden steentje kunnen bijdragen, vinden dit nog altijd lonend om zich ondanks alles in onze kritische maatschappij verder in te zetten voor hun medemensen.
Het Rotarycriterium van de vier vragenHet criterium van de vier vragen, door de rotariërs wereldwijd opgevolgd in hun professioneel en persoonlijk leven, werd in 1932 bedacht door Herbert J. Taylor en als leidraad ingevoerd in zijn bedrijf. Hierdoor steeg niet alleen het moreel van de werknemers, maar ook het zakencijfer. Aan de hand van dit criterium slaagde Herbert Taylor erin zijn onderneming te herorganiseren en zeer winstgevend te maken. Toen hij in 1954-55 RI-voorzitter werd, stond hij het eigendomsrecht ervan af aan Rotary. Sindsdien is het in meer dan 100 talen vertaald.
|



